Home / Sociaal huren / Rechten en plichten van de Huurder / Aangepast gebruik van de woning
Home / Sociaal huren / Rechten en plichten van de Huurder / Aangepast gebruik van de woning

Aangepast gebruik van de woning

VOCHTIGHEID IN DE WONING:  CONDENSATIE

 

Een van de vaakst voorkomende reden waarom huurders klagen, heeft te maken met schade als gevolg van vochtigheid.

De bewoners zijn er dikwijls van overtuigd dat die vochtigheid wordt veroorzaakt door infiltraties of zelfs lekken. Eenmaal de technicus ter plaatse komt, stelt hij niet zelden vast dat de vochtigheid het gevolg is van condensatie. Het water, of liever de waterdamp, die het probleem veroorzaakt, komt niet van buiten, maar van binnen in de woning.

Voor een kenner is de diagnose snel gemaakt, maar het is niet altijd even makkelijk om uit te leggen hoe en waarom een overschot aan natuurlijk geproduceerde waterdamp kan leiden tot schimmelvorming en –woekering. Bovendien is het een lang procédé dat zich onzichtbaar voltrekt. Alleen in het eindstadium zie je de nefaste gevolgen (zwammen, bacteriën en andere parasieten).

Om het probleem op te lossen, moet je bepaalde gewoonten veranderen en je aanpassen aan de kenmerken van de woning. Die verandering is pas mogelijk als de belangrijkste betrokkenen, zegge de bewoners, volledig begrijpen wat de echte oorzaken zijn van de vastgestelde gevolgen.

 « Hoe » en « waarom »

Je hebt ongetwijfeld al gemerkt dat een fles die je uit de koelkast haalt, vrij snel aanslaat. 

Hetzelfde gebeurt in de winter met de ramen van auto’s, bussen, enz ... Ook in huizen slaan ramen aan. Die waterdamp verdwijnt pas als je de verwarming en/of de verluchting aanzet. 

Waarom?

In de aanwezige lucht zit er altijd een zekere hoeveelheid waterdamp.

Over het algemeen voel je die vochtigheid niet. Bovendien blijft die ook onzichtbaar, behalve bij overtollige vochtigheid die de lucht niet meer kan accumuleren. Op dat moment is er sprake van saturatie of verzadiging.  Dat hebben wij allemaal al gemerkt in badkamers, hammams, wasplaatsen …

In die omstandigheden gaat de bijkomende waterdamp in de lucht condenseren.  Met andere woorden: die waterdamp wordt opnieuw vloeibaar en wordt zichtbaar op ramen, spiegels,...

De maximum hoeveelheid vochtigheid die de lucht kan accumuleren hangt af van de temperatuur ervan. Hoe warmer de lucht, hoe meer damp erin kan worden geaccumuleerd of opgeslagen (denk maar aan een tropisch klimaat waar de lucht bijzonder vochtig is en plakkerig aanvoelt).

De relatieve vochtigheid van de lucht (RV), of hygrometrisch niveau, kan met een hygrometer worden gemeten. Het geeft het vochtigheidspercentage in de lucht aan ten opzichte van de mogelijke maximum hoeveelheid.  Die verhouding verandert met de temperatuur en de luchtdruk.  Vandaar dat je een hygrometer, een thermometer en een barometer vaak samen in één enkel toestel aantreft.

Met elke temperatuur stemt dus een « verzadigingspunt » of vochtigheidsgraad overeen, waarboven bijkomende waterdamp wordt afgestoten. Die overtollige waterdamp gaat dan condenseren.

 humidite

Het dauwpunt (of dauwtemperatuur) geeft de temperatuur aan waaraan lucht met waterdamp verzadigd raakt en waaraan de condensatie bij constante luchtdruk en waterdampinhoud aanvangt.

 

TABEL DAUWPUNTEN

temp_surf(nl)

Het rauwpunt van lucht met 10 gram waterdamp per kubieke meter ligt op ongeveer 11° C.

Indien de lucht aan die temperatuur slechts 5 gram waterdamp per kubieke meter zou bevatten, zou de vochtigheidsgraad ongeveer 50 % belopen.

 

 

Het is vrij logisch dat die condensatie (verandering van waterdamp in water in de vorm van aanslag) verschijnt op de koudste oppervlakken van de woning, die hierdoor vochtig worden.

Vroeger waren die koudste oppervlakken vooral de ramen. Vandaar dat er vroeger gaatjes in de waterlijst van de ramen waren gemaakt om de condensatie naar buiten af te voeren. Sinds de opkomst van dubbel of zelfs drievoudig glas zijn de ramen niet langer de koudste oppervlakken in onze woning.

Thans zijn er andere klassieke risicozones zoals slecht geïsoleerde metalen ramen, de hoeken van buitenmuren (vooral in noord- en noordoostgerichte vertrekken), de hoeken in vertrekken die tegen onverwarmde vertrekken aanliggen (slecht geïsoleerde zolder, trappenhuis …), muurkasten en muurgedeelten achter meubels (en bijgevolg slecht verlucht), koude bruggen …

 

Een koude brug is een deel van een wand met een isolatiedefect en dus een abnormaal warmteverlies. Het muurgedeelte achter de koude brug zal dus kouder zijn dan de rest en als de lucht in het vertrek verzadigd is met vocht, zal de waterdamp op die plek condenseren.

 

Over het algemeen zijn de risicozones terug te vinden ter hoogte van slecht geïsoleerde muurgedeelten of plekken waar de warmteoverdracht tussen de lucht in het vertrek en de muur wordt bemoeilijkt (meubels of voorwerpen die tegen muren aangedrukt staan).

Aangezien de temperatuur aan de oppervlakte van die muren hierdoor lager is, onstaat er een groter risico van condensatie.

 temp_surf(nl)

 Gevolgen

Het schadelijkste gevolg van condensatie is de vorming van zwarte vlekken in die zogenaamde risicozones.

De vlekken hebben een onregelmatige vorm (zij zien er viltachtig uit) en vormen zich op de oppervlakte van muren. Die schimmelvlekken zien er niet alleen lelijk uit, maar kunnen ook giftig zijn. Vooral risicogroepen zoals jonge kinderen en bejaarden hebben er last van.

Bij die risicogroepen ontwikkelen zich dan meestal allergieën en aandoeningen van de luchtwegen zoals astma.

 De lucht rondom ons bevat niet alleen een zekere hoeveelheid waterdamp, maar ook zaadjes van allerlei schimmels. Dat zijn sporen.

Die sporen kunnen zich pas ontwikkelen als er water aanwezig is en dat water bevindt zich precies op de muurgedeelten waar er condensatievorming is.

 Die omstandigheden (warmte in combinatie met vochtigheid) vormen de ideale voedingsbodem voor allerlei andere parasieten zoals mijten. Die microscopische spinnetjes kunnen ook aanleiding geven tot allergieën.

 Waar er schimmels zijn, duiken er meestal ook mijten en andere parasieten op.

Schimmels, mijten en andere parasieten moeten worden bestreden. Zij verdwijnen niet zomaar vanzelf. Integendeel, na een korte rustpauze in de zomer blijven zij zich voort ontwikkelen zolang de omstandigheden (temperatuur en relatieve vochtigheid) voor hen gunstig blijven.

 Er moet worden op gewezen dat dit verschijnsel zowel te maken heeft met de levenswijze van de bewoners als met de kenmerken van de woning. Schimmelvorming betekent niet meteen dat de woning in slechte staat verkeert of dat er iets aan het onderhoud schort. Het wijst eerder op een gedrag dat niet is aangepast aan het type woning. In een goed geïsoleerde woning met ramen in goede staat hebben schimmels meer kans dan in een oude woning waar het tocht.

 Wat moet er gebeuren?

Schimmels op de muur ga je te lijf door het oppervlak te reinigen met een spons en met water verdund bleekwater.

 Vervolgens komt het erop aan nieuwe schimmelvorming te voorkomen.

Zoals voorheen aangegeven, bevat de aanwezige lucht altijd een bepaalde hoeveelheid waterdamp en verschillende soorten sporen.

Er komen pas problemen van als er zich condensatie vormt en dat gebeurt zodra de volgende twee voorwaarden verenigd zijn:

1.   een relatieve vochtigheid dichtbij het dauwpunt

2.   koude oppervlakten

 Om te vermijden dat er problemen opduiken of om ze te verhelpen, moet er dus iets aan die twee parameters gedaan worden.

 1.  De vochtigheidsgraad

Gedurende de hele dag produceren wij waterdamp. Dat gebeurt onder andere bij het koken, wassen, schoonmaken, enz… Alleen al bij het ademen voert een mens dagelijks tussen de 0,9 en de 1,2 liter water af.

Er wordt geraamd dat een gezin van vier personen gemiddeld 10 liter per dag uitstoot.

De aanwezigheid van waterdamp is dus helemaal normaal en zelfs nodig voor ons welzijn. Op voorwaarde natuurlijk dat « het normale » niet wordt overschreden.

Zo is het raadzaam om de vochtigheidsgraad tussen de 40 en 60 % te houden.

De productie van overtollige vochtigheid kan als volgt worden verminderd:

-          indien mogelijk, het raam openzetten wanneer je eten klaarmaakt zelfs als je een dampkap hebt;

-          koken met het deksel op de kookpotten (je energiefactuur zal er bovendien wel bij varen);

-          indien mogelijk, het raam openzetten als je een bad of een douche hebt genomen;

-          je wasgoed zo goed mogelijk uitwringen vooral je het te drogen hangt. Indien mogelijk laat je het wasgoed buiten drogen;

-          het raam openzetten als je veel bezoekers over de vloer krijgt.

-          ….

 Aangezien wij dagelijks waterdamp produceren, volstaan die voorzorgen niet. Een deel van de waterdamp moet dus nog worden afgevoerd om te vermijden dat het verzadigingspunt in de lucht wordt bereikt en er zich condensatie vormt.

Hiervoor is er maar één enkele oplossing: verluchten!

 Vroeger ging die verluchting vanzelf. Er waren immers weinig woningen waar er geen tocht was.

Met de nieuwe bouw- en isolatietechnieken is er echter geen natuurlijke verluchting meer. Hiervoor moeten de bewoners voortaan zelf zorgen. Dat is vooral het geval in gerenoveerde oude woningen die vaak geïsoleerd werden, terwijl er geen mechanische verluchting kon worden geplaatst.

In die omstandigheden is het buitengewoon belangrijk dat de woning wordt verlucht. Het zou een reflex moeten worden zoals de deur sluiten, het gas uitzetten en het licht uitschakelen.

Vooral in de winter mag je niet ondoordacht verluchten.

Zoals wij hiervoor hebben uitgelegd, gebeurt condensatie bij een hoge relatieve vochtigheidsgraad en koude oppervlakken. Als je dus bij strenge kou de ramen te lang laat openstaan, koelen de muren te sterk af en dat werkt condensatie in de hand.

Over het algemeen wordt aanbevolen om de woning ten minste tweemaal per dag gedurende tien tot dertig minuten te verluchten (hierbij wordt de verwarming uitgezet).

Als er veel waterdamp wordt geproduceerd, moet je natuurlijk meer verluchten.

Zorg er evenwel altijd voor dat de muren niet te sterk afkoelen. Verlucht dus bij voorkeur verscheidene keren en let erop dat de temperatuur in het vertrek niet onder de 10° C daalt.

 Als er reeds schimmelvlekken zichtbaar zijn, moet je weten dat de problemen meestal pas na enkele weken, of zelfs maanden, van onvoldoende verluchting opduiken. Vergeet evenmin dat een muur tweemaal zolang de tijd nodig heeft om uit te drogen dan om het vocht op te zuigen.

Als de schimmel met verdund bleekwater is verwijderd en de muur is schoongemaakt, moet je dus voldoende lang meer dan anders verluchten.

2. Koude oppervlakken

Nog even herhalen : als de lucht (bijna) verzadigd is, condenseert de waterdamp op de koudste oppervlakken.

De risicozones zijn hoofdzakelijk de slecht geïsoleerde muurgedeelten of de plaatsen waar de warmteoverdracht tussen de lucht in het vertrek en het muuroppervlak wordt bemoeilijkt door meubels of voorwerpen die te dicht tegen de muur staan.

Om dat probleem op te lossen, moeten die wanden geïsoleerd of beter verwarmd worden. In sommige gevallen moet je ervoor zorgen dat de warmte beter tot bij de muren raakt.

Isolatiewerken moeten niet door de huurder, maar door de eigenaar uitgevoerd worden. Dat is sowieso het geval als er koude bruggen weggewerkt moeten worden.

 Als er ernstige structurele problemen zijn, moet de eigenaar instaan voor alle noodzakelijke werkzaamheden.

De Brusselse Huisvestingscode bepaalt dat er geen sprake mag zijn van permanente condensatie die wordt veroorzaakt door de bouwvormen van het gebouw, onder normale gebruiksvoorwaarden, dit wil zeggen als het aantal aanwezigen in de woning niet overdreven groot is en als de vochtproductie aangepast is aan de bestemming van de lokalen, met normale verluchting voor het afvoeren van de vochtigheid.

Het gebruik « als een goede huisvader » betekent evenwel dat de woning op correcte wijze door de huurder wordt verwarmd.

Nogmaals, warme lucht kan meer waterdamp accumuleren dan koude lucht.

 Door een gebrek of een tekort aan verwarming zal de lucht dus niet alleen sneller met waterdamp verzadigd raken, maar zullen de wanden ook kouder zijn. Hierdoor zullen er alleen maar condensatieproblemen ontstaan.

 

Het is dan ook zeer raadzaam:

 -    om een minimum temperatuur van 17° C in acht te nemen (behalve tijdens de verluchting);

-    om meubelen, koffers, kisten of andere voorwerpen niet helemaal tegen de muur te plaatsen. Laat een ruimte van ten minste 5 cm vrij.

Niet vergeten

In het kader van een normale levensstijl produceren wij dagelijks allemaal een aanzienlijke hoeveelheid waterdamp.

Die productie kan binnen de perken worden gehouden. Verluchten is de enige doeltreffende oplossing om de overtollige waterdamp te elimineren. Doe dat minstens twee maal per dag gedurende telkens tien tot dertig minuten.

De woning moet ook correct verwarmd worden (minimum 17° C) en de muren moeten kunnen ademen (laat steeds een vrije ruimte van minstens 5 cm).

In heel wat gevallen worden vochtigheidsproblemen veroorzaakt door condensatie. Het water, eigenlijk de waterdamp, ligt aan de basis van die problemen. Die vochtigheid komt niet van buiten, maar van binnen in de woning.

Condensatie onstaat als de lucht met waterdamp verzadigd raakt en in contact komt met koude oppervlakken.

De omvang van het verschijnsel hangt af van de manier waarop de bewoners in het kader van hun bewoning rekening houden met de fysieke kenmerken van de woning. Aangezien er meer risico’s van condensatie zijn in goed geïsoleerde gebouwen, moeten de bewoners er voor systematische verluchting zorgen.

Schimmels kan je te lijf gaan met verdund bleekwater, maar als je niet van levensstijl verandert, zullen de problemen opnieuw opduiken.

Rechten en plichten van huurders en eigenaars

Verwittig je sociale woningmaatschappij zodra er problemen opduiken.

Een technicus kan de precieze oorzaken opsporen en je desgewenst nuttig tips geven.

Vergeet niet dat je huurovereenkomst bepaalt dat je als huurder de eigenaar bij het minste probleem moet verwittigen. In geval van verzuim kan je als huurder aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade.

Om problemen inzake een gebrek aan verluchting in gesloten ruimten te voorkomen of op te lossen, kan je een beroep doen op ter zake gespecialiseerde diensten.

Als je evenwel vindt dat je rechten niet worden nageleefd, kan je krachtens artikel 66 van de Brusselse Huisvestingscode een schriftelijke klacht bij je sociale woningmaatschappij (OVM) indienen.

Neem contact op met je maatschappij vooraleer je andere stappen zet. Bekijk en bespreek samen de aard en de omvang van het probleem.

 

Document acties